Algemeen

Op deze pagina wil ik iets meer vertellen over mijn bouwwijze en de uitgangspunten die ik bij het bouwen van mijn miniatuur kermisattracties hanteer.

‘Vaste’ bouw

Laat ik met het laatste beginnen. Grofweg kun je bij het bouwen van kermismodellen onderscheid maken tussen twee bouwwijzen. Ten eerste is er de bouwwijze waarbij alle onderdelen vast aan elkaar worden verbonden. Een goed voorbeeld hiervan zijn de bouwdozen (van o.a. de Duitse firma ‘Faller’): bijna alle onderdelen worden vast verlijmd. Correcties of wijzigingen zijn naderhand niet of heel moeilijk uit te voeren. Groot voordeel van deze manier van bouwen is dat je het model voor transport of een tentoonstelling in elkaar kunt laten zitten en je dus minder werk hebt indien je het ergens wil neerzetten. Let wel: deze modellen zijn overwegend van plastic en bijzonder kwetsbaar. Bovendien zijn ze nogal prijzig. Maar er zijn echter óók bouwers die alles (of zoveel mogelijk) zelf maken en op deze manier bouwen.

Demontabele bouw

Ten tweede is er de demontabele bouwwijze waarbij er naar gestreefd wordt om het model zo realistisch mogelijk na te bouwen maar er gelijktijdig óók op gelet wordt dat de onderdelen (net als in het echt) zonder al te veel moeite in- en weer uit elkaar gehaald kunnen worden. Dit is de bouwwijze die ik nastreef. Nadeel is dat dit betekent dat je veel meer werk hebt. Je moet namelijk óók onderdelen maken die je later niet of nauwelijks meer ziet (bijvoorbeeld het grondbeslag) en dat is iets wat je met ‘vast’ bouwen makkelijk kunt vermijden. Een ander nadeel is dat je de attractie wanneer je hem zou willen tentoonstellen compleet moet afbreken en ter plekke weer moet opbouwen, net als in het echt dus. De opbouwtijd (en dus ook afbreektijd) verschilt per attractie aanzienlijk. Mijn carrousel heb ik in ‘n uurtje wel opgebouwd maar de rupsbaan (de ‘Caterpillar’) daarentegen kost me ongeveer vier uur. Dit is mede een van de redenen dat je de modellen van mijn miniatuur kermis eigenlijk nooit op een tentoonstelling tegen komt.

Schaal

En tenslotte voor wat betreft het bouwen: je zult vaak met situaties te maken krijgen waarin je een compromis moet sluiten. Dat hangt ook af van de schaal waarin er gebouwd wordt. Hier geldt: hoe groter (grover) je bouwt hoe gemakkelijker het wordt. Mocht je zelf willen gaan bouwen adviseer ik om hier extra aandacht aan te besteden. Ikzelf heb hier te weinig aandacht voor gehad en doe eigenlijk alles op mijn gevoel. Het kan dan gebeuren dat je opnieuw moet beginnen… Inmiddels ben ik erachter gekomen dat de schaal waarin ik bouw (ongeveer) 1:20 is. Daardoor kan ik bijvoorbeeld de vrachtwagens van Wedico of Bruder niet gebruiken want die zijn 1:16 en dus te groot. Bij alle attracties de ik gebouwd heb heb ik alleen gekeken of die qua grootte bij mijn reuzenrad pasten. Dat was mijn uitgangspunt en is dat eigenlijk nog steeds.

Materialen

Gelukkig zijn er op dit moment mogelijkheden genoeg om aan materialen te komen. Ik merk echter wel dat je hiervoor praktisch nergens meer in een fysieke winkel terecht kunt; ik ben grotendeels op het internet aangewezen!

Computer

Inmiddels heeft ook de computer zijn intrede gedaan op mijn kermis (en in mijn werkplaats). Ik stuur er behalve motoren ook een groot gedeelte van de verlichting mee aan. Ook beschik ik sinds enige tijd ook over een CNC-bank die ik echter nog maar weinig heb gebruikt.

Tenslotte

Als laatste punt wil ik het nog hebben over de materialen die ik gebruik. Hout en dan vooral triplex (voornamelijk berkentriplex) is het materiaal dat ik het meest en ook het liefst gebruik. Dit materiaal is in heel wat verschillende diktes verkrijgbaar. Nadeel is dat het wel wat duurder is (vooral de vliegtuig-triplex) maar het voordeel is dat het vrij eenvoudig te bewerken is en ook niet splintert. Bovendien is het erg goed te schilderen; twee keer gronden is vaak al genoeg. De goedkopere soorten (die je in de bouwmarkt veelal tegenkomt) zijn kwalitatief aanzienlijk minder en daardoor is de nabewerking c.q. het schilderen en plamuren, veel meer werk. MDF dat ook nogal eens gebruikt wordt in de modelbouw gebruik ik bij voorkeur niet en dan vooral omdat het verven, door de zuigende werking, een tijdrovende klus is.

Ook wil ik er nog op wijzen dat ik zo goed als geen afvalmaterialen gebruik. Integendeel, ik ben altijd op zoek naar kwalitatief goed spul want mijn attracties moeten wel tegen een stootje kunnen! Echter, zo af en toe kan ik wel wat sloopmaterialen hergebruiken. Zo zit er in mijn ‘Sky Liner’ een motor (voor de omhooggaande beweging) die afkomstig is uit een kopieerapparaat en worden de eendjes van de ‘Lucky Shoot’ aangedreven door een printermotortje.

En dan de verlichting. Daarbij zie je dat de Led een grote opmars heeft gemaakt. Ik gebruik ze ook veel, voornamelijk 3- en 5mm. Maar Led’s geven niet zo’n romantisch warm licht als de vertrouwde gloeilamp. Dus gebruik ik vaak gloeilampjes die ik op hun beurt weer uit kerstverlichting haal. Al naar gelang de situatie maak ik een keuze. Losse lampjes koop ik eigenlijk bijna nooit vanwege de hoge kosten.